Runa Svetlikova

Van Rim Sartori t/m Vrouwkje Tuinman
Hermine Couvreur
Berichten: 4
Lid geworden op: Ma Feb 19, 2018 16:23
Contact:

Runa Svetlikova

Berichtdoor Hermine Couvreur » Ma Feb 19, 2018 17:13

Ik lees momenteel de tweede bundel van Runa Svetlikova "Drieëntwintig tips om de hond en zijn demonen aan de lijn te houden" en het bevalt me.
Ik leerde haar poëzie kennen in 2014 toen ze met haar debuut "Deze zachte witte kamer" de Herman De Coninckprijs won.
"Deze zachte witte kamer" vond ik na de eerste lezing slecht maar ik erkende wel dat ik weinig of niets wist van hedendaagse poëzie. Dus las ik opnieuw en opnieuw... In mijn eerste lesjaar (2015-2016) bij Lies Van gasse moesten wij als eindwerk een brief schrijven naar een dichter en ik koos Runa. Ik laat jullie meelezen :

Dag Runa,

De aanspreking, daar begint het al mee. Je zet in je bundel ‘Deze zachte witte kamer’ zoveel op zijn kop, dat ik ondanks mijn 56 jaar en geconditioneerd door strikte beleefdheidsregels je echt niet kan aanspreken met “Geachte Mevrouw Svetlikova”; het is bedoeld als compliment en het tutoyeren vergeef je me ook wel.
Wie ik ben en waarom ik je schrijf? Wel, het is het tweede deel van een eindwerkopdracht voor repertoirestudie, gegeven door Lies Van Gasse: “Schrijf een brief aan de dichter die je dit jaar hebt leren kennen en die je inspireert.” Ik dacht meteen aan jou, nochtans is dat niet zo evident … Ik leg uit.
Vorig schooljaar startte ik in de AMWD van Mortsel met de driejarige cursus ‘Literaire Creatie/Repertoirestudie’ bij Anneleen Van Offel. In december 2014 kwam de poëzie aan bod. We kregen als verplichte lectuur ‘Deze zachte witte kamer’ van ene Runa Svetlikova opgelegd. In het begin van het tweede trimester, ik geloof februari, zou je naar onze groep komen om te praten over je werk en onze vragen te beantwoorden.
De titel sprak me erg aan ‘Deze zachte witte kamer’, ik herhaalde hem dikwijls in gedachten. Enthousiast bestelde ik de bundel maar toen die op de toonbank werd gelegd, schrok ik van de kaft. Ik herkende de foto’s, heb vroeger Freud gelezen en de opvatting van zijn tijd over hysterie. Hoe kon je het leed van een geesteszieke of geestesziek verklaarde vrouw tonen op de cover van je dichtbundel? Wat is daar poëtisch aan? Voor mij viel het niet te rijmen. Ja, Runa, ik was geschokt.
Het gaat natuurlijk om de inhoud maar het kostte me moeite om onbevooroordeeld te beginnen lezen. Zowat elk gedicht bevestigde mijn vrees: ik vond ze rauw, gewelddadig bijna en begreep er weinig van. Was dit hedendaagse poëzie? Was dit überhaupt poëzie?
Ik heb in mijn jeugd veel en graag poëzie gelezen: epen uit de oudheid, de middeleeuwse troubadours, de wat droge rederijkers … Bredero, Joost van den Vondel, Pieter Cornelisz Hooft uit de 16de eeuw en dan moet ik een sprong maken naar Guido Gezelle en naar mijn lievelingsstroming ‘De Tachtigers’.
Uiteraard kende ik ook Paul Van Ostaijen en ik maakte geïnteresseerd het succes mee van Jotie T’Hooft maar plots stopte het voor mij. Ik kreeg als prille twintiger een leesdip die ruim 10 jaar zou duren. Poëzie raakte ik zelfs 30 jaar niet meer aan op enkele losse scharrels na. Eén hoogtepunt beleefde ik nog bij een schitterende voordracht van het epos ‘Gilgamesj en Enkidu’.
En dan lees ik ‘Deze zachte witte kamer’. Had ik zoveel gemist dat ik deze dichtbundel niet kon waarderen? Moest ik verder kijken? Blijkbaar wel. Wie was ik tenslotte om zo negatief te reageren? Je won de Herman de Coninckprijs. Ik herinner me dat Anneleen de avond van de uitreiking een sms kreeg tijdens de les en ons dit met een brede glimlach meedeelde. De recensies die ik later las, waren eveneens lovend.
De dichtbundel liet me niet los. Ik besloot elk gedicht opnieuw grondig te lezen. Ondertussen gingen de lessen verder: we werden uitgenodigd elkaar vragen te sturen via mail, die dan gezamenlijk zouden besproken worden. Met jouw gedichten in mijn achterhoofd luidde mijn vraag: “Is er nog sprake van poëzie als er grove taal wordt gebruikt?”.
Het antwoord moest ikzelf zien te geven aan de hand van een voorbeeld dat Anneleen meebracht: ‘Oh kut’ van Jules Deelder. Ik was stomverbaasd. “Is dit poëzie, Hermine?” vroeg ze me fijntjes. Ik vond van niet al zou ik na een half uur aarzelend toegeven: “Misschien wel.”
De waarheid is dat ik er nooit echt ben uitgeraakt. Is choqueren om te choqueren nog kunst?
In de week dat je naar onze groep zou komen viel ik ziek, griep. Wat een tegenslag! Ik wou vooral zo graag weten waarom je die foto’s koos.
Waar bij de eerste lezing van ‘Deze zachte witte kamer’ ik me stoorde aan het pessimisme en het cynisme van de gedichten, me dood ergerde aan de onlogische opbouw van de strofen en aan het weglaten van leestekens zodat het lezen stremde, zo ontdekte ik bij de vele herlezingen telkens weer pareltjes van taalgebruik en diepgaande inhoud. Toch waren er weinig gedichten die ik in hun geheel mooi vond.
Door met potlood bogen te plaatsen zoals op een muziekpartituur probeerde ik mezelf vloeiend door je bundel te loodsen. Ik aarzelde niet om extra streepjes te zetten, punten, komma’s en tekens waarvan ik alleen de betekenis begreep. Het kostte me veel tijd en
inspanning maar bracht meer resultaat op dan ik had durven hopen. Ik ontdekte een turbulente gevoeligheid en een zekere humor achter je woorden.
De gedichten die zacht te noemen zijn, vallen als een klap in het gezicht, de soort klap die je iemand geeft om hem bij te brengen.
'Toen ik twee stenen baarde'. Hoe eerlijk verwoord je de donkere kantjes van het moederschap, de gevoelens van onmacht bij een postnatale depressie.
In 'Een alledaags verdrinken' herken ik wat ik opmerk bij heel wat mensen rond mij: hoe moeilijk het is om te aanvaarden dat twijfelen aan een relatie er bij hoort, er geen pasklaar antwoord is op vragen daaromtrent.
Interessant vind ik ook de gedichten uit de cyclus 'De gebruiker van dit lichaam', "een reactie", zo schrijf je, "op nooit uitgegeven gedichten van mijn vader". De archaïsche taal met het opvallende gebruik van "gij" en "ge", plaatst me onmiddellijk in de juiste tijd, bij de jongere generaties komt het waarschijnlijk vreemd en gezwollen over.
Ik tel de gedichten: het zijn er 46. Daarvan vind ik er 24 redelijk tot goed, 7 twijfelachtig en 15 niet goed. Dit resultaat verrast me want bij de eerste lezing kon geen enkel gedicht me bekoren. Blijkbaar is poëzie lezen ook iets dat je moet leren.
Wat neem ik mee in mijn eigen werk?
Ik vind dat gedichten helder moeten zijn. Een gedicht waarbij de lezer in een dichte mist wordt gezet, vind ik goedkoop. De opvatting 'hoe vager, hoe beter' irriteert me maar hoewel ik jouw beelden, de sprongen die je maakt niet altijd kan volgen, zijn ze wel sterk. Van ‘zweverigheid’ mag ik je alvast niet beschuldigen.
Het valt me op dat je niet aarzelt meerdere gedichten te schrijven met dezelfde titel. Je duidt hiermee aan dat een gedicht nooit af is. Te onthouden, zeker voor iemand die moeite heeft met het vinden van een titel.
Wat ik zelf nooit zal doen, is woorden uit een andere taal gebruiken. Het is alsof je dan struikelt tijdens het lezen ook al begrijp ik dat het als titel bij sommige van je gedichten wel past, bvb. 'The big Rewind' laat zich moeilijk vertalen in het Nederlands.
Om terug te komen op de kaft van 'Deze zachte witte kamer', die kan ik nog steeds niet waarderen. Toen ik dit enkele maanden geleden opmerkte bij een lezing van een medecursiste over de bundel, vroeg Lies me: "Wat dan met de foto van de kleine Aylan? Mag die dan ook niet gebruikt worden?" Daar moest ik niet eens over nadenken. Ja natuurlijk, je mag alle foto's gebruiken maar ik hoef het daarom niet goed te vinden. Ik zou trouwens voor de omslag van een dichtbundel geen foto kiezen, eerder een tekening die de lezer naar binnen trekt.
Hoewel ik ondertussen meer hedendaagse poëziebundels heb gelezen die me wel onmiddellijk aanspraken, zal ik niet vergeten dat de confrontatie met 'Deze zachte witte kamer' me over een zekere stugheid heeft heen geholpen. Je hebt geen deuren voor me geopend maar hele muren uit elkaar gescheurd. Voor die cultuurshock wil ik je graag bedanken.
Runa, ik kijk uit naar je volgende bundel.

Hartelijke groet,
Hermine Couvreur"

Ik kreeg als antwoord dat ze het een heerlijke eerlijke brief vond. Toen ik enkele maanden later les kreeg van haar heeft ze mij er ook nog over aangesproken in positieve zin, met veel waardering. Ze is ook een zeer goede docente gebleken.
"Wat wenkt is de creatieve geest van het onbekende."

Dettie
Berichten: 10637
Lid geworden op: Do Jan 15, 2009 00:00
Contact:

Re: Runa Svetlikova

Berichtdoor Dettie » Ma Mar 26, 2018 13:50

Sorry Hermine, ik zie jouw prachtige brief nu pas en geniet van je mooie taal en je prachtige uitwerking van de bundel van Runa Svetlikova.

Jouw verhaal doet me denken aan een gedicht van Wislawa Szymborska, waarin zij de paar minuten beschrijft voordat een bom afgaat in een straat. Ze vertelt het door de ogen van de bomlegger die op een hoek toekijkt en wacht. Verpletterend vond ik dat gedicht, terwijl ik toch ook erg gek ben op de gedichten van Szymborska. Maar deze kwam keihard binnen, ook enkele Zuid Afrikaanse gedichten over apartheid (ik weet de naam van de vrouwlijke dichter niet meer) waren verbijsterend. De inhoud schokte me.

Het verschil met jouw bevindingen over Runa Svetlikova is dat er geen grove taal gebruikt werd. Maar ik vroeg me ook af of bij de gedichten die ik las of het nog wel poëzie was. Misschien is dat juist wel de kracht van de gedichten, dat ze je diep raken, ongeacht of de taal of inhoud grof is en dat dat de kracht van poëzie is en je het daardoor wél poëzie kan en mag noemen. Jij was verbijsterd door de taal. Ik door de inhoud.
De cover van de bundel van Svetlikova vind ik ook schokkend. Het stoot me af en ik zou echt een drempel over moeten wil ik het lezen, bang voor de zinnen die komen gaan. Toch maakt jouw brief wel nieuwsgierig.
Dankjewel!

Dettie


Terug naar “Gedichten S-T”

Wie is er online

Gebruikers op dit forum: Geen geregistreerde gebruikers en 2 gasten