J.C. Bloem (nee)

Van Gerrit Achterberg t/m Chretien Breukers
Dettie
Berichten: 10640
Lid geworden op: Do Jan 15, 2009 00:00
Contact:

Berichtdoor Dettie » Ma Mar 02, 2009 21:15

Geplaatst: 12 apr 2007 01:32 pm

Ik dacht dat ik bij Meander een uitleg van November had gezien maar nee, wel van Nachtegalen

http://klassiekegedichten.net/index.php?id=11

Dettie

Dettie
Berichten: 10640
Lid geworden op: Do Jan 15, 2009 00:00
Contact:

Berichtdoor Dettie » Ma Mar 02, 2009 21:15

Geplaatst: 02 mei 2007 07:00 am

Uitspraak J.C. Bloem

De vier groote dingen van het leven (het geld daargelaten, maar dat is alleen middel) zijn voor mij:
1. de ouder- en kinderliefde;
2. de drank;
3. de poëzie;
4. (maar onnoemelijk veel later) de Liefde (met een hoofdletter;die, waar men altijd zoo'n drukte van maakt).Ik neem die er toch in op. Dat zegt iets (maar niet veel).-

J.C. Bloem

Dettie
Berichten: 10640
Lid geworden op: Do Jan 15, 2009 00:00
Contact:

Berichtdoor Dettie » Ma Mar 02, 2009 21:17

Geplaatst: 26 mei 2007 09:49 pm

Hallo,

Ik ben een groot liefhebster van de poëzie van J.C. Bloem.
Voor mij is hij de dichter van de weemoed en van het verlangen.
Hij berust in de onvervulbaarheid van het grootse, in de vergeefsheid van zijn verlangens.
Het gaat erom het leven te leven, en dat is maar alledaags, en dat is niet erg. In tegendeel!
Er is wat er is en al is dat niet veel: het is meer dan genoeg om een vervuld bestaan te hebben.
Ik vind het een boodschap waar mijn hart warm van wordt. :)

Niet voor niets is deze dichter 'domweg gelukkig, in de Dapperstraat.'

'De wolken, nooit zo schoon dan als ze, omrand
door zolderramen, langs de lucht bewegen.'

en...

'Alles is veel voor wie niet veel verwacht.
Het leven houdt zijn wonderen verborgen
Tot het ze, opeens, toont in hun hoge staat.'

Deze regels uit 'de Dapperstraat' zeggen voor mij wat Bloem ons wil zeggen.

Overigens vind ik de uitspraak erg mooi, die Dettie van hem geeft hierboven.
Daarom zou ik het fijn vinden te weten waar J.C. Bloem dit gezegd heeft.
Dan kan ik de rest ook lezen.

Grada
_________________
'Do you think it's a whoozle?'

Dettie
Berichten: 10640
Lid geworden op: Do Jan 15, 2009 00:00
Contact:

Berichtdoor Dettie » Ma Mar 02, 2009 21:17

Geplaatst: 27 mei 2007 07:13 am

Dag Grada,

Ik krijg elke werkdag een gedicht toegestuurd via het Project
Laurens Jz Coster http://cf.hum.uva.nl/dsphome/ljc/ en daar stond die uitspraak bij.

Groetjes
Dettie

Dettie
Berichten: 10640
Lid geworden op: Do Jan 15, 2009 00:00
Contact:

Berichtdoor Dettie » Ma Mar 02, 2009 21:18

Geplaatst: 27 mei 2007 12:52 pm

Dag Dettie,

Dank je wel voor je antwoord en voor de link.
Wat een mooie site is dat!
Ik ga proberen of ik ook dagelijks een gedicht in mijn mailbox kan krijgen. Dat lijkt me een mooi begin van de dag.
(Helaas lukt het me tot nu toe niet, de link werkt niet...)

groetjes,
Ariadne
_________________
'Do you think it's a whoozle?'

Dettie
Berichten: 10640
Lid geworden op: Do Jan 15, 2009 00:00
Contact:

Berichtdoor Dettie » Ma Mar 02, 2009 21:18

Geplaatst: 27 mei 2007 01:23 pm

Voor aan en afmelden http://www.engage.nu/mailman/listinfo/coster-l
staat er bij de gedichten die ik ontvang.
Misschien lukt het daar wel mee.

Groetjes
Dettie

Dettie
Berichten: 10640
Lid geworden op: Do Jan 15, 2009 00:00
Contact:

Berichtdoor Dettie » Ma Mar 02, 2009 21:19

Geplaatst: 27 mei 2007 03:02 pm

Hoi, dank je wel, het is gelukt!

Grada
_________________
'Do you think it's a whoozle?'

Dettie
Berichten: 10640
Lid geworden op: Do Jan 15, 2009 00:00
Contact:

Berichtdoor Dettie » Ma Mar 02, 2009 21:20

14 jul 2007 01:05 pm

Er is nu een biografie van Bloem uit

Het oeuvre van de dichter J. C. Bloem (1887-1966) is beperkt van omvang. Even beperkt is zijn thematiek. Toch is hij een van onze meest geciteerde dichters. Ik denk aan versregels als: „Alles is veel voor wie niet veel verwacht” en de briljante regels: „Denkend aan de dood kan ik niet slapen,/ En niet slapend denk ik aan de dood.” Bart Slijper schreef over deze dichter met zijn pessimistische levensvisie als proefschrift de biografie ”Van alle dingen los. Het leven van J. C. Bloem”.

Jakobus Cornelis Bloem -Jacques voor zijn vrienden- bracht zijn jeugdjaren door in een omgeving die hij als een paradijs heeft ervaren: een welgesteld gezin behorend tot de hogere klasse -de vader was van 1886 tot 1903 burgemeester van het Zuid-Hollandse plaatsje Oudshoorn-, zorgzame ouders, een prachtig huis omringd door een tuin met oude bomen en vijvers. Slijper maakt aannemelijk dat die paradijselijke omgeving, of het beeld ervan in zijn herinnering, Bloems leven heeft gestempeld. Sterker nog: het maakte hem totaal ongeschikt voor het leven, ongeschikt voor een zinvolle plaats in de maatschappij.

Door zijn studie buitenshuis werd hij abrupt „uit zijn kindertijd getild.” Na het voltooien van zijn rechtenstudie kon hij elke betrekking -onder meer griffier bij diverse rechtbanken- alleen maar ervaren als benauwend. Hij leed aan de last der „daaglijksheid.” Zijn levensgevoel heeft hij misschien wel het helderst samengevat in de slotstrofe van het gedicht ”Zondag”:

Niet te verzoenen is het leven.

Ten einde is dit wellicht nog ’t meest:

Te kunnen zeggen: het is even

Tussen twee stilten luid geweest.

Bloems leven bestond alleen maar uit literatuur. Elk levensbeschouwelijk fundament ontbrak. Ook de religieuze dimensie was afwezig, mede door zijn opvoeding: zijn liberaal-conservatieve vader was slechts in naam hervormd. Bloem was, aldus Slijper, „volstrekt niet religieus” en kende geen enkel perspectief over de dood heen: de altijd dreigende dood maakt een eind aan alles en daarna komt er niets meer.

Weinig opwekkend
Het is niet erg opwekkend allemaal. Bloem was iemand zonder maatschappelijke ambities, naïef en wereldvreemd. Wel aandoenlijk soms in zijn hulpeloosheid, maar ook egocentrisch. Het huwelijk met de vele jaren jongere Clara Eggink liep op de klippen. Zijn omgeving bracht hij keer op keer tot wanhoop door zijn schulden en zijn drankzucht. Ondanks geldgebrek bleef hij maar boeken en drank kopen. Zijn leveranciers hebben het geweten...

Ook had hij bedenkelijke politieke standpunten, zonder deze overigens goed doordacht te hebben. Hij had een afkeer van de democratie: de regering van het land wenste hij het liefst in handen van een liberaal-conservatieve elite. In de jaren dertig koesterde hij zelfs sympathie voor het Derde Rijk en werd hij lid van de NSB, waaraan overigens na de Duitse inval abrupt een einde kwam. Ook was antisemitisme hem niet vreemd, blijkens onverhulde uitspraken waarin hij de Joden het „vuilste kapitalisme” verweet.

Begaafd essayist
Toch is hiermee niet alles gezegd. De ’onmaatschappelijke’ dichter was ook buitengewoon literair begaafd. Dat illustreert zijn betrekkelijk kleine oeuvre -ook hier speelde zijn passiviteit hem parten!-, zowel zijn gedichten als zijn essays.

Op diverse momenten in de literatuurgeschiedenis deed hij in zijn essays beslissende, scherp geformuleerde uitspraken. Ik noem de discussie rond 1910 over ”bezielde retoriek” in de kring van tijdschrift De beweging van Albert Verwey, waaraan behalve Bloem onder anderen Gossaert en Van Eyck deelnamen. Het ging om de kwestie in hoeverre een dichter in zijn beelden oorspronkelijk moet zijn. Verwey stelde op een gegeven moment vast: Bloems oordeel is „meer omvattend” en „dieper” van visie dan dat van Gossaert. We mogen dit opvatten als een compliment.

Even fundamentele uitspraken deed Bloem in de jaren dertig over de kwestie die Menno ter Braak van het tijdschrift Forum aanzwengelde. Nu ging het erom wat belangrijker is in poëzie: de (fraaie) vorm óf de vent, dat wil zeggen een dichter met persoonlijkheid, met een eigen visie. Ter Braak koos voor het laatste. Bloem daarentegen vond het een onzuivere tegenstelling -het ging hem om de onverbrekelijke eenheid van vorm en inhoud- en met de titel van zijn opstel ”Vorm of vent” gaf hij het debat zijn blijvende literair-historische benaming.

Begaafd dichter
Bloem groeide uit tot „een haast onbetwiste autoriteit”. Zijn eerste bundels -”Het verlangen” (1921), ”Media vita” (1931) en ”De nederlaag” (1937)- werden aanvankelijk slecht verkocht, maar na de Tweede Wereldoorlog rees zijn ster snel en bereikte hij een breed publiek. Dat begon met de verschijning van zijn ”Verzamelde gedichten” in 1947, die vele herdrukken beleefde en steeds weer met minuscule bundeltjes werd uitgebreid.

Slijper spreekt van een „haast religieuze eerbied” waarmee de dichter na de oorlog wordt omringd. Het leidde tot vele lovende recensies en belangrijke bekroningen: in 1949 de Constantijn Huygensprijs, drie jaar later de P. C. Hooftprijs. Bloem wilde in klassieke vorm, staande in de traditie, op niet-spectaculaire maar zuivere manier „diepe dingen over het leven zeggen”. Blijkbaar heeft hij velen diep geraakt met de verwoording van zijn levensgevoel, het menselijk lot zoals hij dat steeds sterker ervoer: de onmachtige mens, overschaduwd door de dood. Als christen kun je zijn levensbesef moeilijk delen, maar kun je toch onder de indruk komen van zijn kernachtige, trefzekere formuleringen, schijnbaar eenvoudig maar vol raffinement.

Overigens was niet alles even triest. Bloem had oog voor de gedempte schoonheid van het Hollandse landschap: de donkere wolken overheersen, maar de ”wolkenranden” zijn wel ”doorschenen”. Vandaar de titel van zijn poëziebloemlezing in de populaire Ooievaarreeks: ”Doorschenen wolkenranden”. En hij schreef ook de beroemde regel: „Domweg gelukkig, in de Dapperstraat.”

Bloem werd een van de meest verkochte dichters van de twintigste eeuw, naast Marsman en Achterberg, en bij een groot publiek zijn bepaalde regels gemeengoed geworden.

Laatste levensfase
De laatste jaren van zijn leven woonde Bloem in Kalenberg, gelegen in het prachtige natuurgebied De Weerribben in de Kop van Overijssel. Zijn ex-vrouw Clara Eggink had daar een stuk grond gekocht met een woonboot als haar eigen verblijf en een boerderijtje waar Bloem mocht wonen. Met veel opoffering verzorgde zij hem daar tot aan zijn dood. Die dood kwam in 1966, na jaren van aftakeling, onder meer door een hersenbloeding.

Hij werd begraven op het kleine, intieme kerkhof in Paasloo, met op de grafsteen de dichtregel: „Voorbij, voorbij, o en voorgoed voorbij.” Naast hem ligt Clara Eggink begraven, die zo veel jaren jonger was en tientallen jaren later overleed.

Biografie met kwaliteiten
Veel belangrijke literatoren uit onze letterkunde, zoals Frederik van Eeden, Simon Vestdijk en Gerrit Achterberg, hebben hun biografie. Slijper heeft nu ook Bloem in dat rijtje geplaatst. Het belang van zijn schrijversbiografie is allereerst dat deze veel breder is dan de levensschets die A. L. Sötemann al had gegeven met zijn boek ”Een dichter en zijn wereld. Over J. C. Bloem” (1994) en dan de persoonlijke herinneringen in ”Leven met J. C. Bloem” van Clara Eggink (1977).

Slijpers biografie heeft kwaliteit, mede omdat hij erin geslaagd is twee gevaren te voorkomen: overcompleetheid met een overdosis aan details, met als gevolg een buitenproportionele omvang, én transformatie van de ”held” tot een soort heilige.

De omvang heeft Slijper door een juiste selectie beperkt weten te houden: hij heeft zijn materiaal goed geschift en geordend, zodat zijn vlot geschreven en goed onderbouwde ’verhaal’ slechts ruim 300 pagina’s omvat. Een knappe prestatie! Ook neemt hij kritische distantie in acht, al of niet met een humoristische ondertoon, zodat de ’onmaatschappelijkheid’, de haast onbegrijpelijke hulpeloosheid en afhankelijkheid van zijn ’held’ goed uit de verf komt.

Een mislukt leven?
Aan het eind van zijn biografie stelt Slijper de vraag of het leven van Bloem ”mislukt” moet worden genoemd. Hij durft daarop geen antwoord te geven, maar het pleit voor zijn kritische afstandelijkheid dat hij die vraag wel stelt.

Bloem heeft deze vraag, zij het in andere woorden, zelf ook eens gesteld in zijn gedicht ”Dichterschap”: „Is dit genoeg: een stuk of wat gedichten,/ Voor de rechtvaardiging van een bestaan, (...)?” Naar mijn persoonlijke overtuiging is „een stuk of wat gedichten” wel wat weinig voor een heel mensenleven! Voor Bloem lag dat blijkbaar anders. Slijper meent in de geciteerde regels behalve twijfel en berusting ook iets van triomf te lezen. En daarmee is de cirkel rond: Bloems leven was dichterschap en dichterschap was zijn leven.
Titel: ”Van alle dingen los. Het leven van J. C. Bloem”

Bron: http://www.refdag.nl/artikel/1308818

Dettie

Dettie
Berichten: 10640
Lid geworden op: Do Jan 15, 2009 00:00
Contact:

Berichtdoor Dettie » Ma Mar 02, 2009 21:20

Geplaatst: 14 jul 2007 02:26 pm

Dat ziet er heel interessant en grondig uit, Dettie.

Tiba.

Dettie
Berichten: 10640
Lid geworden op: Do Jan 15, 2009 00:00
Contact:

Berichtdoor Dettie » Ma Mar 02, 2009 21:21

Geplaatst: 09 aug 2007 05:40 pm

Aanvaarding

Toen ik jong was, bestond ik in vormen
Van het leven dat komen zou:
Een vervoerend de wereld doorstormen,
Een lied en een eindlijke vrouw.

Het is bij dromen gebleven;
Ik heb, wat een ander ontsteelt
Aan het immer weerbarstige leven,
Slechts als mogelijkheden verbeeld.

Want ik wist door een keuze verloren
Ieder ander verlokkend bestaan.
Ik heb dan ook niets verkoren,
Maar het leven is voortgegaan.

En het eind, dat ik wilde ontvluchten,
Is de aanvang gelijk, die het had:
Onder Hollandse regenluchten,
In een kleine Hollandse stad.

Ingelijfd bij de bedaarden
Wordt het hart, dat geen tegenstand bood.
Men begint met het leven te aanvaarden
En eindlijk aanvaardt men de dood.


J.C. Bloem
Uit: Sintels Den Haag, Stols, 1945
opgenomen in 'Verzamelde gedichten'
Copyright © 1965 Athenaeum – Polak & Van Gennep

Dettie

Dettie
Berichten: 10640
Lid geworden op: Do Jan 15, 2009 00:00
Contact:

Berichtdoor Dettie » Ma Mar 02, 2009 21:21

Geplaatst: 09 aug 2007 05:41 pm

Dichterschap

Is dit genoeg; een stuk of wat gedichten,
voor de rechtvaardiging van een bestaaan
In ‘t slecht vervullen van onnoozle plichten
Om den te karigen broode allengs verdaan?

En hierom zijn der op een doel gerichten
bevredigende dagen mij ontgaan;
Hierom blijft mij slechts zelf en lot betichten
in ‘t zicht van ‘t eind der onherkeerbre baan.

van al de dingen die ‘k droomen zocht
Erger: van alle, die ik wel vermocht,
Is, nu hun tijd voorbij is, niets geworden

En ik kan zelfs niet, als mijn onbevreesd
erkennen mij verwijst naar de verdorden,
Aanvoeren: maar mijn bloei is schoon geweest.


bron: Sintels
Uitgever: A.A.M. Stols, Den Haag
opgenomen in 'Verzamelde gedichten'
Copyright © 1965 Athenaeum – Polak & Van Gennep

Dettie
Berichten: 10640
Lid geworden op: Do Jan 15, 2009 00:00
Contact:

Berichtdoor Dettie » Ma Mar 02, 2009 21:22

Geplaatst: 09 aug 2007 05:45 pm

De Gelatene

Ik open het raam en laat het najaar binnen,
Het onuitsprekelijke, het van weleer
En van altijd. Als ik één ding begeer
Is het: dit tot het laatst beminnen.

Er was in dit leven niet heel veel te winnen.
Het deert mij niet meer. Heen is elk verweer,
Als men zich op het wereldoude zeer
Van de miljarden voor ons gaat bezinnen.

Jeugd is onrustig zijn en een verdwaasd
Hunkren naar onvergankelijke beminden,
En eenzaamheid is dan gemis en pijn.

Dat is voorbij, zoals het leven haast.
Maar in alleen zijn is nu rust te vinden.
En dan: 't had zoveel erger kunnen zijn.

J.C. Bloem
opgenomen in 'Verzamelde gedichten'
Copyright © 1965 Athenaeum – Polak & Van Gennep

Dettie

Dettie
Berichten: 10640
Lid geworden op: Do Jan 15, 2009 00:00
Contact:

Berichtdoor Dettie » Ma Mar 02, 2009 21:22

Geplaatst: 10 aug 2007 08:33 am

Ik zie nu pas je lange stuk over de biografie van Bloem. Heel interessant om kennis van te nemen.
Heb je de biografie al gelezen?
Toepasselijk, die gedichten die je er nu onder geplaatst hebt.
Ze zijn geschreven door een oude man. En toch vond ik ze al ontroerend toen ik nog heel jong was. Ik heb nooit begrepen waarom.
Er moet een basisgevoel aan ten grondslag liggen, dat ik onbewust herken, vermoed ik. Vaag hè?

Librije
_________________
"Een mens die het aandurft om een uur te verspillen heeft de waarde van het leven nog niet ontdekt."
Charles Darwin Engels medicus en bioloog (1809-1882)

Dettie
Berichten: 10640
Lid geworden op: Do Jan 15, 2009 00:00
Contact:

Berichtdoor Dettie » Ma Mar 02, 2009 21:23

Geplaatst: 10 aug 2007 10:51 am

:D Dank je wel voor deze tip, Dettie!

Deze biografie staat nu in principe bovenaan mijn verlanglijstje van nog te kopen (of te krijgen ;)) boeken.

Ik zeg 'in principe', want ik wil nog wel even beter zicht krijgen op de invalshoek en toon van de auteur, Bart Slijpers.

De vraag bijvoorbeeld of J.C. Bloem al dan niet 'mislukt' is, vind ik bij voorbaat vreemd.
De uitspraak van recensent J. de Gier in het Reformatorisch Dagblad stuit me volstrekt tegen de borst: "Naar mijn persoonlijke overtuiging is „een stuk of wat gedichten” wel wat weinig voor een heel mensenleven!"
Sinds wanneer is een ander bij machte om erover te oordelen of iemands bijdrage aan het leven voldoende is? En waarom zou je dat moeten doen: waarom zou je oordelen, waarom zou je een 'voldoende bijdrage' moeten leveren? Wie ben jij dan wel als je zoiets zegt? :roll:

Als biograaf Slijpers die vraag stelt, dan wil ik weten waarom.
Denkt hij net zo als De Gier, dat Bloem 'te weinig' gedaan heeft?
Of stelt hij hem omdat Bloem zelf vond dat hij mislukt was? Alleen dan vind ik het wel terecht om ernaar te kijken.

Nog afgezien van het feit dat elk leven waardevol is...
Bloem is natuurlijk niet mislukt! Een idiote gedachte!
Natuurlijk zijn zijn bundels prachtige gedichten meer dan genoeg om zijn leven uiterst waardevol te laten zijn, al zijn het er maar een paar!
Kijk maar eens naar al die mensen die hij gelukkig heeft gemaakt met zijn poëzie...
Iedereen zou mogen hopen dat hij/zij dat kan zeggen aan het einde van het leven.

Ik zal eens proberen te omschrijven wat ik zo geweldig vind aan J.C. Bloem. En dat vind ik inderdaad ook al heel lang, vanaf mijn twaalfde ofzo, toen ik zijn poëzie begon te lezen.

Hij is zo gehecht aan het leven, hij vindt het leven prachtig, al heeft hij het gevoel dat hij niet te volle bij de schoonheid van de dingen kan komen. Maar intussen kan hij het wel beschrijven....
Hij verlangt naar rust en vrede, maar ook naar vitaliteit en avontuur.
Dat alles kent hij tegelijkertijd vanuit een houding van onthecht zijn, van weten dat je alles los moet kunnen laten om een waarlijk vrij en gelukkig mens te zijn. Die combinatie: gehechtheid vanuit onthechting!
Dat is een levenshouding (karaktertrek?) die ik volledig herken.

Ik ben er wel benieuwd naar hoe dat voor anderen is. :)

Grada

_________________
'Do you think it's a whoozle?'

Dettie
Berichten: 10640
Lid geworden op: Do Jan 15, 2009 00:00
Contact:

Berichtdoor Dettie » Ma Mar 02, 2009 21:24

Geplaatst: 20 okt 2007 12:58 pm Onderwerp

Jeugd
Jakobus Cornelis (Jacques) Bloem werd op 10 mei 1887 te Oudshoorn geboren. Zijn vader was daar burgemeester. Jacques volgde, evenals zijn jongere zusje en broertje, eerst privéonderwijs, voordat hij naar de lagere school in Oudshoorn ging. Zelfs als jongen van een jaar of negen gaf hij al blijk van interesse in poëzie, onder andere door de Franse dichtwerken Ruy Blas van Hugo en Les noces d'Attila van Henri de Bornier in de oorspronkelijke taal te lezen. Na de lagere school bezocht hij vanaf september 1899 de HBS voor jongens in Leiden. Hij nam vanwege de grote afstand tot het ouderlijk huis zijn intrek bij de betrekkelijk jonge geschiedenisleraar J. Kunst. Hij voelde zich in Leiden erg eenzaam en ongelukkig, maar maakte toch veel vrienden. Zijn resultaten op school waren, behalve voor de vakken Frans, Nederlands en geschiedenis, matig tot ronduit slecht, als gevolg waarvan hij de vierde klas moest overdoen en zakte voor zijn eerste eindexamen. Bloem had absoluut geen zin om zich in te spannen voor zaken waar hij geen aanleg of interesse voor had, een eigenschap die later tijdens zijn vele baantjes ook nog duidelijk naar voren zou komen. Bloem deed de hoogste klas over aan de HBS in Amersfoort, waardoor hij weer thuis kon gaan wonen. Hij slaagde dat jaar en wilde graag Nederlandse Letteren gaan studeren, maar zijn vader was daar op tegen wegens het tot het leraarschap beperkte maatschappelijk perspectief van neerlandici. Op diens aandringen werd gekozen voor rechten, maar daarvoor moest wel een staatsexamen B worden afgelegd, wat tot twee keer toe mislukte. Hierna nam zijn grootmoeder Bloem het roer over: zij wilde Bloems studie wel financieren - zijn ouders waren hiertoe niet meer in staat wegens een financiële ramp een paar jaar eerder - , maar wenste een strikt regime. De derde keer slaagde Bloem dan ook wel voor het staatsexamen.

Studie en betrekkingen
Vanaf 1909 studeerde hij rechten in Utrecht. Zijn grootmoeder had hem een toelage toegezegd voor vijf jaar, wat behoorlijk lang was voor de toenmalige rechtenstudie. Door gebrek aan belangstelling en inzet deed Bloem er nog veel langer over: hij promoveerde pas in 1916, op een proefschrift waarvan de ene helft van de stellingen gelijk was aan het proefschrift van zijn vriend Van Eyck (de dichter van de klassieker De tuinman en de Dood), en waarvan de andere helft door diezelfde Van Eyck voor de gelegenheid bedacht was. Tijdens zijn studie openbaarde zich ook zijn onvermogen om met geld om te gaan: hij zat voortdurend in de schulden bij diverse boekhandels, en verscheidene malen kon hij alleen door financiële hulp van vrienden aan een faillissement ontkomen.
Na zijn promotie vervulde Bloem een groot aantal betrekkingen, die hem vrijwel zonder uitzondering slecht bevielen, voornamelijk vanwege de sleur die een baan van negen tot vijf met zich mee bracht. Zo werkte hij vanaf 1917 een paar jaar bij de gemeentelijke administratie te Amsterdam en was hij van 1920 tot 1927 redacteur bij de NRC. Vervolgens werd Bloem griffier van het kantongerecht te Lemmer, daarna vervulde hij dezelfde functie in Breukelen, en vanaf 1934 was hij ambtenaar aan het departement van Sociale Zaken. Bloems persoonlijkheid werd in de meeste gevallen positief beoordeeld - dit in tegenstelling tot zijn werkprestaties. Na 1946 was hij uitsluitend nog dichter.

Conservatief
Bloem stond bekend als zeer conservatief, op het reactionaire af. Hij bewonderde, net als veel van zijn vrienden, de uiterst rechtse Franse politicus Charles Maurras, en hij is zelfs enige tijd lid geweest van de NSB. Toen hij echter in 1938 een bezoek bracht aan de leider van de NSB, ir. A.A. Mussert, bleek dat deze nog nooit van Maurras had gehoord. Bloem wilde zich verder niet inlaten met primitievelingen die hun oorsprong niet eens kenden, en zegde zijn lidmaatschap van de partij op. Toch bleef Bloem ook hierna een uiterst conservatieve man, overigens niet zonder een zekere zelfspot, zoals in het aforisme:
Iedere verandering is een verslechtering, zelfs een verbetering.
Hoewel een aantal van Bloems ideeën in de buurt van het fascisme, bleef hij een aantal principes wel trouw. Zo werd hij geen lid van de door de Duitsers ingestelde Kultuurkamer, waardoor hij tussen 1942 en mei 1945 niet legaal kon publiceren. Naderhand beschreef hij de oorlogsperiode in het gedicht

"Na de bevrijding":
... heen is, en nu voorgoed, de welhaast
Duldloze knechtschap -
Waard is het, vijf jaren gesmacht te hebben,
Nu opstandig, dan weer gelaten,...

Bloem bracht de laatste jaren van zijn leven door in Kalenberg, waar hij verzorgd werd door zijn vroegere echtgenote Clara Eggink. In deze plaats is hij ook gestorven, op 10 augustus 1966. Hij ligt begraven in het naburige plaatsje Paasloo.
Tijdens zijn leven ontving hij de volgende prijzen:
· Constantijn Huygensprijs (1949)
· P.C. Hooftprijs (1952)
· Prijs der Nederlandse Letteren (1965)

Dettie
02-05-2003

Dettie
Berichten: 10640
Lid geworden op: Do Jan 15, 2009 00:00
Contact:

Berichtdoor Dettie » Ma Mar 02, 2009 21:25

Geplaatst: 02 mrt 2009 09:02 am

Verlenging van toestemming van Athenaeum – Polak & Van Gennep voor het jaar 2009 voor de 10 gedichten. Graag alle gedichten voorzien van de volgende copyrightnotice, in een leesbaar lettertype en lettergrootte: Copyright © 1965 Athenaeum – Polak & Van Gennep

Dettie

Molly
Berichten: 129
Lid geworden op: Ma Aug 03, 2009 19:59
Locatie: Utrecht

Berichtdoor Molly » Di Aug 04, 2009 09:30

Dettie schreef:Geplaatst: 09 apr 2007 08:31 am

De nachtegalen

Ik heb van 't leven vrijwel niets verwacht,
't geluk is nu eenmaal niet te achterhalen.
Wat geeft het? - In de koude voorjaarsnacht
Zingen de onsterfelijke nachtegalen

J.C. Bloem
uit: 'Verzamelde gedichten'
Copyright © 1965 Athenaeum – Polak & Van Gennep

Dit gedicht doet me denken aan het gedicht Vroege voorjaarsmorgen van Simon Knepper.
Ook de tevredenheid over iets wat niet te koop is maar wat je ervaart.

En ben ik blij dat ik het ochtendgloren
Weer mag aanschouwen, en de buurthaan horen,
En dat ik tot bestaan ben uitverkoren


Dettie


Wat een heerlijke verzen! Verwacht het niet van grote dingen. Geluk is vaak zo simpel dat we erover heen kijken. Als je 's nachts wakker bent, pieker dan niet maar geniet van de gouden keeltjes van de nachtegalen waarover Bloem schrijft! En weet wat je mist als je een gat in de dag slaapt... de prachtige ochtendgloren kan een mens een gelukkig gevoel geven vanbinnen, dus vanwaar die jacht en zoektocht naar geld en rijkdom. De natuur zelf is zo rijk, als je er maar oog voor hebt! Geweldig hoe eenvoudig deze dichters het geluk verwoorden. Daar geniet ik van.

Molly
~ Het is een kunst om de zee in een glas te vangen ~

(naar: Italo Calvino)

Dettie
Berichten: 10640
Lid geworden op: Do Jan 15, 2009 00:00
Contact:

Berichtdoor Dettie » Zo Nov 08, 2009 12:45

De Dapperstraat



Natuur is voor tevredenen of legen.
En dan: wat is natuur nog in dit land?
Een stukje bos, ter grootte van een krant,
Een heuvel met wat villaatjes ertegen.

Geef mij de grauwe, stedelijke wegen,
De’ in kaden vastgeklonken waterkant,
De wolken, nooit zo schoon dan als ze, omrand
Door zolderramen, langs de lucht bewegen.

Alles is veel voor wie niet veel verwacht.
Het leven houdt zijn wonderen verborgen
Tot het ze, opeens, toont in hun hogen staat.

Dit heb ik bij mijzelven overdacht,
Verregend, op een miezerigen morgen,
Domweg gelukkig, in de Dapperstraat.

J.C. Bloem
Verzamelde Gedichten
Copyright © 1965 Athenaeum – Polak & Van Gennep

Bloem staat ook weer op de site, zie http://www.poezie-leestafel.info/jc-bloem

Dettie

mira
Berichten: 617
Lid geworden op: Za Feb 07, 2009 20:10

Berichtdoor mira » Zo Nov 08, 2009 20:22

Tja, Bloem ligt mij niet zo erg.
Ik heb hier enthousiaste commentaren gelezen bij het terugblikken.
Ik ken hem ook niet goed, maar wat ik hier van zijn gedichten gelezen heb, komt bij mij over als wat 'zeurderig'. Sorry voor het intrappen van 'heilige huisjes'.
'De Nachtegalen' vind ik wel schitterend.

'De Dapperstraat' moet het in eerste instantie hebben van de laatste versregel (meteen ook de titel), ja, prachtig.
Maar de eerst versregel, daar vind ik niets aan, niet qua formulering, en ook niet inhoudelijk, wat moraliserend en petieterig, zoals heel de eerste strofe.
Pas verder komt hij op dreef, de tweede strofe vind ik eigenlijk de beste.

In de derde strofe is de eerste regel zoiets als een algemene waarheid, tja, ze hangt wellicht her en der in Nederlandse en Vlaamse huiskamers aan de muur, ik weet eigenlijk niet goed wat ik ermee aan moet.
Maar de twee volgende regels zakken in elkaar als een pudding.

'Dit heb ik bij mezelven overdacht' is een overgangsvers, maar klinkt toch als een stoplap.
Niet elke regel kan subliem zijn, natuurlijk, maar het gaat hier wel over een 'groot' dichter, of niet?
Graag hoor ik wat van de fans van Bloem.

mira

Lezer100
Berichten: 154
Lid geworden op: Do Aug 05, 2010 10:35
Locatie: Vlaanderen
Contact:

Berichtdoor Lezer100 » Wo Sep 29, 2010 14:19

Dettie schreef:eplaatst: 06 apr 2007 03:39 pm

Het huisje in de duinen

Muurbloemen bloeiden voor het lage raam.
Het late middaglicht was warm en bronzen,
en de ongerepte stilte klonk als gonzen
van vele kleine vleugelen te zaam.

En achter het beschutte, kleine huis
verhieven zich de wit-geblaakte duinen:
een strakke hemel stond boven hun kruinen;
haast niet te horen was het zeegeruuis.

Hier scheen de macht van 't onheil te vergaan,
één ogenblik. Hier scheen 't geluk bereikbaar,
de lome druk der daaglijksheid ontwijkbaar
binnen de grens van een beperkt bestaan.

Welke is die mensen ingeschapen drang,
die geen vervulling duldt van het begeerde,
maar altijd van hun zwakke harten weerde,
waarnaar zij joegen, heel hun leven lang ?

J.C. Bloem
Verzamelde Gedichten
Copyright © 1965 Athenaeum – Polak & Van Gennep


Hierbij mijn eerste indrukken (die denk ik, in het algemeen overeenkomen met wat ik hierboven reeds kon lezen) :

De eerste twee strofen vormen één zintuigelijke waarneming van een idyllisch landschap aan zee. Het geluk lijkt hier te heersen, zo laat de derde strofe vermoeden. Maar, volgens mij blijft er een "maar". Het werkwoord "schijnen" uit de derde strofe duidt niet echt op een "zijn" (in tegenstelling tot de werkwoorden in de eerste twee strofes), maar is eerder de uitdrukking van "dit landschap wekt de indruk dat het geluk er voor het rapen ligt". Als men daar van uit gaat, wordt ook de laatste strofe duidelijk, vind ik.

Lezer100


Terug naar “Gedichten A-B”

Wie is er online

Gebruikers op dit forum: Geen geregistreerde gebruikers en 1 gast