Willem Elsschot (ja)

van Jan Eijkelboom t/m Luuk Gruwez
Dettie
Berichten: 10647
Lid geworden op: Do Jan 15, 2009 00:00
Contact:

Willem Elsschot (ja)

Berichtdoor Dettie » Di Feb 03, 2009 09:51

Poezie-Leestafel heeft toestemming om de gedichten van Willem Elsschot te plaatsen.
Maar niet een hele bundel.


Dettie

Dettie
Berichten: 10647
Lid geworden op: Do Jan 15, 2009 00:00
Contact:

Berichtdoor Dettie » Di Feb 03, 2009 09:52

Geplaatst: 14 okt 2007 10:02 am

Ja! Mensen we mogen gedichten van Willem Elsschot plaatsen!

Toestemming gekregen van zijn kleinzoon Jan Maniewski (oftewel Tsjip)

Dettie

Dettie
Berichten: 10647
Lid geworden op: Do Jan 15, 2009 00:00
Contact:

Berichtdoor Dettie » Di Feb 03, 2009 09:52

Geplaatst: 14 okt 2007 11:29 am

Laat ik dan maar het spits afbijten..ik hou erg veel van deze poëzie.

Het huwelijk

Toen hij bespeurde hoe de nevel van de tijd
in d'ogen van zijn vrouw de vonken uit kwam doven
haar wangen had verweerd, haar voorhoofd had doorkloven
toen wendde hij zich af en vrat zich op van spijt

hij vloekte en ging tekeer en trok zich bij de baard
en mat haar met de blik, maar kon niet meer begeren
hij zag de grootste zonde in duivelsplicht verkeren
en hoe zij tot hem opkeek als een stervend paard

Maar sterven deed zij niet, al zoog zijn helse mond
het merg uit haar gebeente, dat haar toch bleef dragen
zij dorst niet spreken meer, niet vragen of niet klagen,
en rilde waar zij stond, maar leefde en bleef gezond

Hij dacht : ik sla haar dood en steek het huis in brand
ik moet de schimmel van mijn stramme voeten wassen
en rennen door het vuur en door het water plassen
tot bij een ander lief in enig ander land.

Maar doodslaan deed hij niet, want tussen droom en daad
staan wetten in de weg en praktische bezwaren,
en ook weemoedigheid, die niemand kan verklaren,
en die des avonds komt, wanneer men slapen gaat.

Zo gingen jaren heen. De kindren werden groot
en zagen dat de man dien zij hun vader heetten
bewegingloos en zwijgend bij het vuur gezeten,
een godvergeten en vervaarlijke' aanblik bood.
(Rotterdam 1910)

Willem Elsschot,
oorspronkelijk uit: verzen van vroeger (1934)
uitgeverij Querido 1982. (12de druk)

Dit is een 'monument van observatie' van een jongeman van 27..

leni

Dettie
Berichten: 10647
Lid geworden op: Do Jan 15, 2009 00:00
Contact:

Berichtdoor Dettie » Di Feb 03, 2009 09:53

Geplaatst: 14 okt 2007 12:04 pm

Ja dit gedicht is wellicht het bekendste van Elsschot.

Tiba.

Dettie
Berichten: 10647
Lid geworden op: Do Jan 15, 2009 00:00
Contact:

Berichtdoor Dettie » Di Feb 03, 2009 09:53

Geplaatst: 14 okt 2007 12:39 pm

Moeder

Mijn moederken, ik kan het niet verkroppen
dat gij gekromd, verdroogd zijt en versleten,
zoals een pop waarin een hart zou kloppen,
door 't volk bij 't heengaan in een huis vergeten.

Ik zie uw knoken door uw kaken steken
en diep uw ogen in het hoofd gedrongen.
En ik ben gans ontroerd en kan niet spreken,
wanneer gij zegt 'kom zit aan tafel jongen'.

Ik hoor u 's avonds aan de muren vragen
of gij de vensters wel hebt toegesloten.
Gij kunt de mist niet uit uw hersens jagen.
Uw lied is uit, gij kreunt de laatste noten.

Daar in de verte wordt een put gegraven;
ik hoor zo goed het ploffen van de kluiten.
En achter 't huis zie ik een schimme draven:
hij staat waarachtig reeds op haar te fluiten.

- Kom in, Mijnheer, ik stel u voor aan Moeder.
- Vrees niets, kindlief, al heeft hij naakte benen:
hij is een vriend, een goede vriend, een broeder:
hij is niet ruw, hij wandelt op de tenen.

Tot weerziens dan. Ik kom vannacht of morgen.
Gij kunt gerust een onze-vader lezen,
en zet uw muts wat recht. Hij zal wel zorgen
dat gij geen kou vat en tevree zult wezen.

Willem Elsschot
Uit 'Verzen van vroeger' (1934)

Nog zo'n bekend gedicht van Elsschot

Dettie

Dettie
Berichten: 10647
Lid geworden op: Do Jan 15, 2009 00:00
Contact:

Berichtdoor Dettie » Di Feb 03, 2009 09:54

Geplaatst: 14 okt 2007 05:59 pm

Inderdaad, ontzettend mooi ook.
Ik denk dat we dit gedicht al een keer besproken hebben, toen een scholier meer uitleg vroeg, er was nogal wat te doen over de juiste interpretatie van de laatste strofe.

Tiba.

Dettie
Berichten: 10647
Lid geworden op: Do Jan 15, 2009 00:00
Contact:

Berichtdoor Dettie » Di Feb 03, 2009 09:54

Geplaatst: 27 feb 2008 09:06 pm

De bedelaar

Ik word van lijf en leden veel te zwaar
om nog bij 't volk erbarmen op te wekken.
Toch kan 'k mijzelf niet lang en mager rekken,
noch kan dat iemand anders, is 't niet waar?

Een apotheker geeft mij altijd pillen,
in plaats van geld: 't zijn pillen voor het vet
dat zich meedoogenloos heeft neergezet
in dikke lagen, op mijn buik en billen.

Geen medicijnen brengen echter baat,
noch zweeten, vasten, biechten of novenen;
zij doen mijn vet niet smelten, maar versteenen.
Kom hier en voel, Mijnheer, en geef mij raad.

Als 't God belieft, dan wordt het dertig jaren,
aanstaande Paschen, dat ik voor mijn brood
de hand reik en mijn schamel hoofd ontbloot.
Maar wie kan Zijn beschikkingen verklaren?...



Willem Elsschot
Uit: Verzameld werk
Athenaeum – Polak & Van Gennep 2005

Dettie
Berichten: 10647
Lid geworden op: Do Jan 15, 2009 00:00
Contact:

Berichtdoor Dettie » Di Feb 03, 2009 09:55

Geplaatst: 27 feb 2008 09:16 pm

In 1901 ontmoette hij Elsschot Fine (Jeanetta Jozefina Scheurwegen), die zwanger geraakte, terwijl ze nog niet gehuwd waren. Hierdoor, en met behulp van zijn broer, begon hij alsnog opnieuw te studeren aan het Hoger Handelsinstituut te Antwerpen. In 1903 behaalde hij daar het diploma van Licentiaat in de Handels –en Consulaire wetenschappen met grote onderscheiding. Hierna schreef hij een gedicht gericht aan Fine:
(bron: http://www.collegenet.nl )


Aan Fine (Antwerpen, 1903)

Ik heb u altijd zoveel leed gedaan
Mijn mager lief en u toch zo doen lijden;
Ik heb u steeds de vrome vree doen mijden
Die gij kondt vinden op uw levensbaan.
En ‘k zie u bleek, met moede schreden gaan,
Kalm en beslist u klemmend aan mijn zijde,
Gelovend volgend waar ik u ook leide
En nooit herdenkend wat ik heb misdaan.
Gij zijt een beeld van ’t goede dezer wereld,
Het helder lichtend goddelijk ware
Dat niet kan tanen daar het eeuwig is.
En door uw tranen luisterlijk ompereld
Zie ik u schitterend door ’t leven varen,
In stille trots torsend uw droefenis.

Willem Elsschot
Aan Fine’ verscheen voor het eerst in het Antwerpse tijdschrift Alvoorder, 1 (1900-. 1901), later verscheen het in
‘Aan Fine’ (1901) en andere gedichten w.o. Verzen van vroeger (1901-1908).

Dettie

Lezer100
Berichten: 154
Lid geworden op: Do Aug 05, 2010 10:35
Locatie: Vlaanderen
Contact:

Onbekend gedicht opgedoken

Berichtdoor Lezer100 » Wo Mar 02, 2011 13:05

In de Elsschotbiografie van de Nederlandse uitgever Vic van de Reijt, die vrijdag verschijnt, is een onbekend gedicht opgedoken. Het jubelgedicht op Willem Elsschots vriend en advocaat Edgar Boonen, die na een verwijdering van zeven jaar wegens collaboratie opnieuw tot de Antwerpse balie was toegelaten, werd nooit eerder gepubliceerd. Dat bericht Knack.be vandaag.

Volgens van de Reijt gaat het om een konterfeitsel dat de naam gedicht nauwelijks verdient, een gelegenheidsgedichtje. De uitgever citeert in zijn Elsschotbiografie het volledige gedicht, dat gedateerd is op 24 februari 1951 en enkel in kladhandschrift bestond.

Volgens de uitgever wordt in de biografie het taboe tussen Elsschot, de zakenman, en Elsschot de schrijver, dat Elsschot maar al te graag zelf cultiveerde, opgeheven.

(gelezen in "Het Laatste Nieuws")

Lezer100


Terug naar “Gedichten E-F-G”

Wie is er online

Gebruikers op dit forum: Geen geregistreerde gebruikers en 1 gast